Met een snoekduik over het asfalt

Meteen bij de eerste wedstrijd van het seizoen (de Volta ao Alentejo ) was het al raak. We rijden met een groot peloton de laatste twintig kilometer in. De hele dag was het al erg nerveus dankzij de wind. Wind in het wielrennen, en dan vooral wind schuin van voren, betekent dat de kans aanwezig is dat het peloton kan scheuren in verschillende groepen. Als je hier meer over wilt weten, kan je even googlen op ‘Waaier rijden’. Daar vind je vast wat informatie.

Uiteindelijk bleek er niet voldoende wind te staan om deze etappe het peloton te doen scheuren. Het bleef bij elkaar. Een peloton van 120 man groot reed de laatste twintig kilometer in. Dalende weg en wind in de rug. Iedere ploeg probeerde zijn team bij elkaar te vinden om vervolgens met zijn allen naar voren te rijden. Wanneer je als sprinter dit zelf moet doen, dan verspil je teveel energie om mee te kunnen doen voor de winst.

Je kunt wel begrijpen dat wanneer 15 ploegen allemaal ditzelfde idee hebben, dit niet op de weg gaat passen. Hoe dichter we bij de streep kwamen, hoe groter de nervositeit werd. “Zit de sprinter nog wel in het wiel?” & “Is iedereen nog bij elkaar?”. Ik zal de lead-out doen bij mijn ploeg en bij een kilometer voor het einde afgeven aan de volgende renner van onze ploeg.

 

De nervositeit werd groter en groter met nog vijf kilometer te gaan. De snelheid, technische finale en hectiek vroegen eigenlijk al om een valpartij. Ik kan jullie al verklappen, die komt er ook. We duiken de laatste twee kilometer in, daarvóór is het al een paar keer net goed gegaan en bleef iedereen net overeind. De nervositeit en hectiek horen bij het sprinten, maar deze aanloop was een vrij bijzondere.

Daar gaan we, op de plek iets waarvoor ik wilde afgeven. We reden rond de 15e plek. Ineens gingen er 2, 3 renners onderuit. De hele weg lag vol met fietsen of renners. Je ziet het voor je gebeuren en je weet dat het vrij moeilijk gaat worden om te voorkomen dat je er vol overheen vliegt. Ik probeerde niet te remmen en het geluk te hebben om ergens net tussendoor te kunnen en de valpartij te ontlopen. Maar helaas..

Met 65 kilometer per uur vloog ik door de lucht en landde ik op het asfalt. Asfalt is best wel hard kan ik je zeggen. Wonder boven wonder viel het allemaal best mee, had behoorlijk last van me rib en moest even bijkomen van wat er was gebeurd. Maar ik voelde direct dat er niks ernstig was, wat in het wielrennen betekent dat je niks gebroken hebt. Ik kreeg mijn Oakley-bril aangegeven van een ploegmaat, die op me wachtte omdat die mij zag liggen. En ook omdat meer dan 70% van het peloton was opgehouden door de valpartij.

Mijn fiets had er ietsjes meer onder te lijden. Een paar kwetsuurtjes die hij had opgelopen: Breuk in de voorvork, breukje in het wiel, stuur stond niet precies meer in de juiste richting etc. Ik reed rustig over de finish, beetje bekomen van de schrik. Want je zit natuurlijk nog vol met adrenaline tijdens zo’n finale. Het enige wat ik dacht was: Ik mag best geluk van geluk spreken met ‘slechts’ een pijnlijke rib en wat schaafwondjes.

Na een goede nachtrust en goede verzorging van de begeleiders was ik klaar voor het vervolg van de Volta ao Alentejo. Dit ging allemaal vrij voortvarend, deze dag was ik op zoek naar een ritzege vanuit de ontsnapping. Ik voelde me prima, maar helaas was de samenstelling van de kopgroep niet ideaal om het tot de finish te maken.

Momenteel zitten we met de hele ploeg in Brussel. Woensdag staat namelijk al de volgende koers op het programma, Le Samyn. Een wedstrijd met kasseien, wind en vaak heel slecht weer. Voor de liefhebbers: het is live te zien op Eurosport 2. Kijken jullie mee?

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *