Comeback in Luik-Bastenaken-Luik U23

Eindelijk, eindelijk. Na een lange periode van kwakkelen met m’n gezondheid kon ik afgelopen weekend weer zonder fysieke problemen een wedstrijd uitfietsen. Ik reed de beloftenversie van Luik-Bastenaken-Luik en wat een cool gevoel om met de eersten de Redoute op te rijden!

We gaan even in de tijd terug. Sinds ik terugkwam uit Portugal van mijn eerste wedstrijd van het seizoen, voelde ik mij constant moe, slap en futloos. Symptomen die ik wel eens vaker in het voorjaar heb gehad, maar waar ik nooit lang bij stil heb gestaan. Ook ditmaal dacht ik dat het wel snel over zou gaan. Maar deze keer bleef ik veel langer met dit gevoel zitten. En ondanks dat ik heel graag de fiets op wilde springen om te trainen voor het voorjaar was ik gewoon heel moe. Daarnaast kreeg ik ook nog rode ogen en galbulten op me rug, alsof de vermoeidheid nog niet vervelend genoeg was.

Ik ging nog wel van start in een aantal wedstrijden, maar achteraf bekeken sloeg dat helemaal nergens op. Ik had nul power in de benen en de eerste stroken met wind op de kant, de eerste heuvel of het eerste gat dat ik dicht moest rijden, kwam ik in de problemen. Ik had gewoon geen kracht in het lichaam. Normaal wanneer je een iets mindere vorm hebt, mis je net een paar procent, maar ik was op dit moment aan het vechten om de bevoorrading te halen. Je wilt niet weten hoe extreem moeilijk het is als je geen deel meer kan uitmaken van het spelletje. Dat je enkel pelotonvulling bent en dat je zo hard mogelijk achter het peloton aan moet rijden om zo ver mogelijk in de wedstrijd te komen. Dit is niet wielrennen op z’n mooist, deze achterhoedegevechten.

Hoe kan dit? Hoe kan ik de jaren ervoor met de betere meerijden en nu niet eens meer de finish halen? Dit vroeg ik mijzelf keer op keer af.

De weken daarna was ik vaker voor bloedcontroles in het ziekenhuis dan dat ik op de fiets mooie trainingen kon doen. Moeilijke termen als verhoogde eosinofielen en bronchitiale hyperactiviteit kwamen regelmatig voorbij. Mijn lichaam reageert enorm heftig op bepaalde situaties, waardoor je een enorm grillig prestatiepatroon kan krijgen. Met veel ups en downs. Het was fijn om te horen wat het is, waardoor ik een streep kon zetten onder deze maanden van kwakkelen met gezondheid.

Na verloop van tijd begon ik me steeds weer fitter te voelen en kreeg ik weer meer ‘power’ in mijn benen. En ja, dat is best wel handig met wielrennen. De eerste wedstrijd die ik na het afstappen in de eerste etappe van de Tour de Normandië weer zal rijden was Luik-Basternaken-Luik voor beloften. Deze wedstrijd was afgelopen weekend. Niet bepaald de makkelijkste koers om mee te beginnen met de beklimmingen van onder andere Col de la Redoute en Roche aux Faucons. Maar ik voelde me goed en had er enorm veel zin in.

Het startsein werd in Bastenaken gegeven, wij als beloftes hebben nog mazzel en hoeven niet zinloos op en neer te rijden maar mogen gewoon direct naar Luik. Na 10 kilometer zat ik direct in een sterke ontsnapping met een paar sterke renners van Axeon en BMC. Helaas kregen we niet de ruimte, maar het was voor mij wel een soort van sein. Klim voor klim ging vervolgens voorbij; steeds meer renners moesten lossen. Op de top van de Redoute waren we nog met een man of 35 over en ik zat er nog steeds bij. Het ging langzamerhand wel wat moeizamer, maar ik zat er nog bij. Wat voor mij als een kleine overwinning voelde om zo mee omhoog te rijden.

 

Helaas kreeg ik aan de voet van de klim Roche aux Faucons (op 20 kilometer van de finish) materiaalpech. We hadden ploegleiderswagen numero diep in de twintig en voor mij ging op dat moment ook langzaam het kaarsje uit. Deze combinatie betekende dat het voor de korte ereprijzen wel gedaan was, maar ik wilde de wedstrijd finishen! Samen met de Luxemburgse kampioen van de opleidingsploeg van AG2R ben ik naar de finish gereden. Balend van de materiaalpech, maar enorm tevreden over hoe ik hier met de eersten mee omhoog reed. Hopelijk kan ik deze lijn doortrekken.

P.s. Sorry voor de lange afwezigheid. M’n hoofd stond er eventjes niet naar om een blog te schrijven en slecht nieuws vertellen is niet altijd het leukste. Maar ik ben geen ‘quitter’!

Dankjulliewel,
Bas

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep

Met een snoekduik over het asfalt

Meteen bij de eerste wedstrijd van het seizoen (de Volta ao Alentejo ) was het al raak. We rijden met een groot peloton de laatste twintig kilometer in. De hele dag was het al erg nerveus dankzij de wind. Wind in het wielrennen, en dan vooral wind schuin van voren, betekent dat de kans aanwezig is dat het peloton kan scheuren in verschillende groepen. Als je hier meer over wilt weten, kan je even googlen op ‘Waaier rijden’. Daar vind je vast wat informatie.

Uiteindelijk bleek er niet voldoende wind te staan om deze etappe het peloton te doen scheuren. Het bleef bij elkaar. Een peloton van 120 man groot reed de laatste twintig kilometer in. Dalende weg en wind in de rug. Iedere ploeg probeerde zijn team bij elkaar te vinden om vervolgens met zijn allen naar voren te rijden. Wanneer je als sprinter dit zelf moet doen, dan verspil je teveel energie om mee te kunnen doen voor de winst.

Je kunt wel begrijpen dat wanneer 15 ploegen allemaal ditzelfde idee hebben, dit niet op de weg gaat passen. Hoe dichter we bij de streep kwamen, hoe groter de nervositeit werd. “Zit de sprinter nog wel in het wiel?” & “Is iedereen nog bij elkaar?”. Ik zal de lead-out doen bij mijn ploeg en bij een kilometer voor het einde afgeven aan de volgende renner van onze ploeg.

 

De nervositeit werd groter en groter met nog vijf kilometer te gaan. De snelheid, technische finale en hectiek vroegen eigenlijk al om een valpartij. Ik kan jullie al verklappen, die komt er ook. We duiken de laatste twee kilometer in, daarvóór is het al een paar keer net goed gegaan en bleef iedereen net overeind. De nervositeit en hectiek horen bij het sprinten, maar deze aanloop was een vrij bijzondere.

Daar gaan we, op de plek iets waarvoor ik wilde afgeven. We reden rond de 15e plek. Ineens gingen er 2, 3 renners onderuit. De hele weg lag vol met fietsen of renners. Je ziet het voor je gebeuren en je weet dat het vrij moeilijk gaat worden om te voorkomen dat je er vol overheen vliegt. Ik probeerde niet te remmen en het geluk te hebben om ergens net tussendoor te kunnen en de valpartij te ontlopen. Maar helaas..

Met 65 kilometer per uur vloog ik door de lucht en landde ik op het asfalt. Asfalt is best wel hard kan ik je zeggen. Wonder boven wonder viel het allemaal best mee, had behoorlijk last van me rib en moest even bijkomen van wat er was gebeurd. Maar ik voelde direct dat er niks ernstig was, wat in het wielrennen betekent dat je niks gebroken hebt. Ik kreeg mijn Oakley-bril aangegeven van een ploegmaat, die op me wachtte omdat die mij zag liggen. En ook omdat meer dan 70% van het peloton was opgehouden door de valpartij.

Mijn fiets had er ietsjes meer onder te lijden. Een paar kwetsuurtjes die hij had opgelopen: Breuk in de voorvork, breukje in het wiel, stuur stond niet precies meer in de juiste richting etc. Ik reed rustig over de finish, beetje bekomen van de schrik. Want je zit natuurlijk nog vol met adrenaline tijdens zo’n finale. Het enige wat ik dacht was: Ik mag best geluk van geluk spreken met ‘slechts’ een pijnlijke rib en wat schaafwondjes.

Na een goede nachtrust en goede verzorging van de begeleiders was ik klaar voor het vervolg van de Volta ao Alentejo. Dit ging allemaal vrij voortvarend, deze dag was ik op zoek naar een ritzege vanuit de ontsnapping. Ik voelde me prima, maar helaas was de samenstelling van de kopgroep niet ideaal om het tot de finish te maken.

Momenteel zitten we met de hele ploeg in Brussel. Woensdag staat namelijk al de volgende koers op het programma, Le Samyn. Een wedstrijd met kasseien, wind en vaak heel slecht weer. Voor de liefhebbers: het is live te zien op Eurosport 2. Kijken jullie mee?

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep.

Vergelijk voetbal niet met wielrennen

Sinds ik begonnen ben met wielrennen is me opgevallen dat wielerliefhebbers niet de allergrootste voetbalfans zijn. Zo zie ik regelmatig foto’s langskomen van vergelijkenissen tussen voetballers en wielrenners. In 99% van de gevallen komt deze vergelijking neer op het feit dat voetballers huilebalken zijn en wielrenners dappere strijders.

Natuurlijk erger ik me soms ook mateloos aan die voetballers die bij het minste of geringste contact de grond opzoeken. Ik zag afgelopen week bijvoorbeeld de schwalbe van Enes Ünal van FC Twente tegen sc Heerenveen. Tja, is dat smerig of slim? Het hoort bij het spel. Verwacht niet dat dezelfde speler na de wedstrijd op dezelfde manier gaat liggen als je hem aanraakt. Kort gezegd: vallen op de grond kan een vrije trap of penalty opleveren. En dat kan weer resulteren in een doelpunt. En ja, voetballen draait om winnen én om doelpunten maken. Dus dat is het spel!

Wielrenners zijn eigenlijk precies hetzelfde, ook die zouden het niet laten om tijdens een wedstrijd iets te doen om hun kans op winnen te doen vergroten. Vallen is altijd vervelend. Met wielrennen zijn de gevolgen vaak groter door de hogere snelheden en de harde ondergrond. Gebroken botten, opengescheurde truitjes en grote schaafwonden zijn daardoor geen uitzondering.

Waarom stappen wielrenners altijd direct zo snel mogelijk weer op? Wanneer je als wielrenner blijft liggen, verlies je alleen maar tijd. Hoe langer je stil staat hoe verder je achter ligt op de rest. Daarnaast voel je de eerste minuten na een valpartij niet direct de ernst van de kwetsuur, doordat je nog vol zit van de adrenaline. Of soms rijd je nog ergens voor, zoals Steven Kruijswijk in de Giro afgelopen jaar. De laatste etappes reed hij uit met een gebroken rib.

Het gebeurt dus meer dan eens dat renners een etappe weten uit te rijden met een gebroken lichaamsdeel of helemaal bebloed de finish weten te behalen. Zijn deze heldhaftige verhalen er dan niet in het voetbal? Jawel hoor, ik herinner me Cesc Fabregas, die ondanks een breuk in zijn been doorspeelde en zelfs een belangrijke penalty wist te scoren!

Mijn advies is om te genieten van de sport waarvan je houdt en niet altijd alles willen vergelijken met elkaar.

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep.

Trainen op mijn bakkunsten

Instagram, onder de meeste lezers van deze blog vast wel bekend. Dus opa & oma: deze uitleg is speciaal voor jullie. Instagram is een soort online sprookjesboek, waar mensen foto’s plaatsen over hun leven. In de praktijk komt dit vaak neer op foto’s van super strakke billen, super dure auto’s of super lekker eten. Oké, duidelijk allemaal opa’s en oma’s, anders geef je maar een belletje of facetimen we even.

Het leek me eens leuk (altijd geleerd op school dat je nooit het woord ‘leuk’ moet gebruiken) om iets te schrijven over deze veels te lekkere en goed uitziende recepten van cakes, koekjes en gebakjes. Officieel is familie Tietema een echte bakkersfamilie. Trouwe luisteraars van Radio 538 weten dit natuurlijk al te goed, en ook ik heb naast de liefde voor kunst en klassieke muziek een zwak voor alles wat in een bakkerij gemaakt wordt.

Deze week heb ik vele uren rondjes om Girona gefietst, zo’n 4 tot 6 uur per dag. Allemaal leuk en aardig, maar een zin in eten dat je daarna krijgt. Sodeju.. Ik ga even mijn wetenschappelijke kant proberen naar boven te halen en iets uitleggen aan de niet-zo-into-de-wetenschappelijke-kant-van-het-wielrennen-mensen. Wielrennen draait er om dat je zo snel mogelijk bij de finish bent. Ja, logisch, alleen soms wil de organisatie van wedstrijden een heuveltje in het parcours leggen. Dit is wanneer wattage per kilo een rol gaat spelen.

Huh? Wat? Wattage per kilo? Dat is je kracht ten opzichte van je lichaamsgewicht. Reken het maar niet uit, ga het ook maar niet proberen te vergelijken, is niet goed voor je zelfvertrouwen. Dit fenomeen speelt meer en meer een rol in het wielrennen, hoe dun kan je zijn en nog steeds veel kracht leveren om zo hard mogelijk omhoog te gaan (de wet van de zwaartekracht: zo min mogelijk gewicht, des te sneller omhoog). Laten we voorop stellen dat het behouden van kracht en spiermassa een vereiste is, maar steeds meer wielrenners proberen stapje voor stapje een ideaal gewicht te vinden (kortweg zo dun mogelijk en toch kracht hebben). Dit is een dunne scheidslijn, wielrennen is een sport waar je immens veel calorieën verbrandt, 4000 kcal in een lange training of wedstrijd is geen uitzondering.
Genoeg gezeur over eten en gewicht, even terug naar de serieuzere zaken, die foodblogs. Ik zit dus vanochtend in m’n bed door die instagramfeed te scrollen en ik krijg spontaan zin om die bakkunsten van mij hier in Girona te tonen. Het is vandaag een rustdag; sommige mensen gaan dan naar een sauna of liggen de hele dag op de bank. Een rustdag voor wielrenners is vaak een rustig uurtje fietsen. Maar daarna is het tijd om te gaan kokerellen. Je hebt hier een eeuwenoude binnenstad, zoals ik al in de vorige blog vertelde, maar eenmaal binnenin heb je de meest high tech en modern ingerichte winkels. Dit geldt ook voor de bakkertjes hier, patisserias ook wel genoemd. Het walhalla van elke brood- en bakkerijliefhebber: Vers gemaakte taarten, cakes, broden. Deze oreo-cake is toch gewoon pure perfectie?

Ik hoop aan het einde van dit jaar alle bakkertjes in Girona te hebben bezocht en alle specialiteiten van het huis te hebben geproefd.

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep

Het leven in het eeuwenoude Girona

Girona is een stad die bekend staat om haar oude binnenstad, de karakteristieke bruggetjes over het water en de vele wielrenners die hier wonen. Het is jullie vast al wel duidelijk waarom ik vorige week het vliegtuig naar Girona heb genomen. Namelijk voor de fenomenale architectuur van deze eeuwenoude bruggetjes.

Even over de prijs van het vliegticket, dat was €14,99 met RyanAir, even stille en onzichtbare promoting doen, je weet wel. Hiervoor reis je nog niet eens een enkele reis van Zwolle naar Amsterdam. Dus mannen, neem je vrouw eens een keer mee voor een leuk weekendje weg (wat waarschijnlijk al veel te lang is geleden) en neem haar mee naar Girona!

Daar stond ik dan op de luchthaven van Girona-Barcelona met twee koffertjes en een bungelende helm op zoek naar een taxi. Daar stond ik dan als een hopeloze toerist te wachten op taxi’s die er niet stonden en er ook niet aan kwamen. Op het moment dat ik dacht; Hoe kom ik nu in vredesnaam in Girona terecht, kwam er een vrouw naar me toegelopen. ‘Kan ik je een lift aanbieden?’. ‘Graag’, zei ik en ze bracht me naar het centrum van Girona. Wat een liefde op deze wereldbol! Waar vroeger liften nog de normaalste zaak van de wereld was, zijn zulke geweldige lieve mensen die je een lift geven een soort uitstervend ras geworden, heb ik het idee. Ik moet toegeven dat ietsjes later de aap wel uit mouw kwam. Haar zoon deed ook aan wielrennen en ze zag aan mijn helm dat ik daarvoor ook naar Girona kwam. 1+1=2!

Eenmaal aangekomen in het teamhuis van mijn ploeg AnPost Chainreaction, is het eerste wat je doet even de koelkast uitgebreid inspecteren. Het viel me al snel op dat iedere inwoner zijn eigen kastje had met spullen. Het mooie is dat er dus vrijwel in ieder kastje exact hetzelfde staat, zoals pasta, rijst, havermout, honing, kaneel en ei. Van de hoeveelheid pasta hier zal je hoogstwaarschijnlijk heel Girona één avond van pasta kunnen voorzien. Ik ben zelf meer voorstander van het gezamenlijk eten en inkopen van de benodigde producten. Maar goed, ik ben maar naar de Lidl gewandeld en heb daar uiteraard ontzettend gezonde producten meegenomen.

De volgende dag kwamen de eerste ploeggenoten hun intrek nemen hier in het huis en daardoor steeg de bezettingsgraad met 200%. Ik ging weg voor mijn allereerste rondje. Hoewel ik vroeger vele jaren op de camping heb gestaan niet ver van Girona, had ik geen idee wat nou die mooie rondjes waren waar al die #GironaLovers en #CycleTours het over hadden. Dus ik ben maar vol gas over een halve snelweg naar de kust gereden. Vanaf daar was ik blij dat ik de TomTom op mijn iPhone kon openen. Deze bracht me redelijk in de goede richting, totdat hij een weg aangaf die er voor mij uitzag als een weg die meer bestemd leek voor paard en wagen.

Onder het motto YOLO ben ik die weg maar ingegaan, maar ik had het kunnen weten. 5 kilometer lang zand, water en stenen. Toen ik blij was dat ik zonder enkele lekke band van deze weg was afgeslagen, (ja, je raadt het al) reed ik 10 kilometer later op het mooiste wegdek in de nabije omgeving LEK! Ik vind het hele wielrennen allemaal superleuk, maar die bandjes verwisselen als je al vier uur op pad bent.. Verschrikkelijk. Als je ook last heb van dit fenomeen laat dit dan gewoon even weten. Schaam je er niet voor, lekke banden zijn gewoon kut. Sorry voor dat woord trouwens.

Even terug naar het mooie Girona. Aangezien lange duurtrainingen met een leuke groep vaak leuker zijn om te doen dan alleen, gingen we met een groep vertrekken vanaf Service Course, een fietsenzaak gerund door oud-prof Cristian Meier. Hij heeft zijn passie van koffie en fietsen prachtig weten te combineren, door drie mooie fietsenzaken/koffietentjes in Girona op te zetten; La Fabrica, Espresso Maffia en de Service Course. 9:30 was het vertrek. Met een groep van 30 mannen en vrouwen maakten we een prachtige tocht langs de kust bij Lloret de Mar, Tossa de mar en via Platja d’Aro zo weer terug het binnenland in. Sommige jongeren komen voor andere doeleinde richting Lloret de Mar schijnt, maar mocht je na een bezopen avond en het hebben van een fikse kater op het idee komen om een rondje te gaan fietsen. Dan kan ik het zeker aanraden om die prachtige kustweg af te rijden.

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep

De charme van de trainingskoers

Ieder jaar wanneer de schaatsliefhebbers nog steeds de hoop hebben op een nieuwe Elfstedentocht, beginnen de wielrenners met de eerste trainingswedstrijden. Deze wedstrijdjes zijn overal door Nederland te vinden, de enige benodigdheden zijn:

– Zoveel mogelijk super nerveuze en enthousiaste wielrenners.
– Een stuk afgelegen polder, bos of verlaten dorp.
– De kassamevrouw, die je in ruil voor meestal 3,50 euro een rugnummer met speldjes geeft.
– Een finishlijn.
– Verkeersregelaars, dit zijn er meestal vier aangezien er vaak ook maximaal vier bochten in het parcours zitten

Afgelopen zaterdag was het weer zo ver, de allereerste trainingskoers op ‘T Loo. Dit dorpje heeft naar schatting maximaal 500 inwoners, maar organiseren wel traditiegetrouw de ‘openingwedstrijd’ van het wielerseizoen in de omgeving.

De schoonheid van deze wedstrijd is dat het niet uitmaakt of je prof bent of amateur, vrouw of man, bij Shimano of Campagnolo rijdt, veel getraind of weinig getraind hebt. Iedereen rijdt bij elkaar in. De enige keuze is tussen A & B, waarbij A staat voor de ‘snellere’ groep en B voor de ietsjes minder snellere groep. Maar ook deze snelheden zijn in de loop der jaren behoorlijk genivelleerd.

Vanuit Zwolle kwamen we zaterdag met zo’n twintig plaatselijke wielrenners naar ‘T Loo gereden. De binnenkomst is te vergelijken met de lange zomervakantie op de middelbare school, wanneer je iedereen weer ziet. Je kent bijna iedereen, alleen velen zie je buiten het wielerseizoen niet zoveel. De eerste renners gingen met hun drie euro en vijftig cent in de hand al in de lange rij richting de inschrijftafel staan. Wat altijd prachtige conversaties oplevert als: ‘Hoe is de vorm?’ Of: ‘Ben je er klaar voor?’ Waarop vervolgens vaak geantwoord wordt met een bescheiden: ‘Ik weet het niet, we gaan het zien!’

Wanneer iedereen z’n rugnummer heeft opgespeld, zijn eten in de rugzakjes heeft gedaan en sommigen de benen al insmeren met warming-up-olie, begeven we ons naar de start. Om 12 uur klinkt het startschot. Met zo’n 200 renners vertrekken we om ongeveer 1 uur en 45 minuten rond te scheuren over een ‘afgezet’ parcours, onder het mom van wedstrijdritme opdoen en WINNEN! Hoewel iedereen zegt dat het gaat om trainen, blijkt toch dat iedereen heel graag wil winnen. Ik ben hier eerlijk gezegd niet anders in.

Er rijden drie sterke renners weg in het begin van de koers, hun voorsprong loopt op van 30 seconden naar 1 minuut. Ineens duikt een vrachtwagen voor het peloton de weg op, geen gevaarlijke situaties, de voorsprong is ineens opgelopen tot boven de twee minuten. Laten we het erop houden dat dit de charme van de trainingskoers is.

De wedstrijd gaat verder en verder, iedereen levert de strijd op zijn eigen niveau. Voor de een is dat op het tandvlees bij het peloton proberen te blijven, voor de ander is dat om het vertrouwde gevoel van tussen een peloton weer te krijgen en voor een ander is het doel om te proberen zoveel mogelijk andere renners het lastig te maken.

We gaan de laatste ronde in. Vijf renners, waaronder ikzelf, hebben zich losgemaakt van alle andere renners en gaan strijden voor de trofee der trofeeën en 10,1 punt voor het klassement (bij iedere wedstrijd worden er punten uitgedeeld en aan het einde van de reeks krijgt de winnaar een leuk bedrag mee naar huis). Ik zet de sprint in, ik zie de meet liggen. Ik voel dat ik voor lig en ga winnen. Ik doe mijn handen de luchh……haha nee dat deed ik niet! Geintje.

Het mooiste is om vervolgens na de finish ieder zijn eigen verhalen te horen. Hoe het ging, waarom die niet meezat, te weinig mogen trainen van de vrouw. Je kan het zo gek allemaal niet bedenken.

Eén ding is zeker, iedereen geniet van de charme van de trainingskoers.

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep

Een zusje met Downsyndroom is hartstikke leuk!

Wat ben ik een enorm trotse broer wanneer ik binnenkom in de lunchroom van Brownies & Downies. Wanneer je je jongste zusje huppelend en met een stralende glimlach bestellingen op ziet nemen en gerechten bij gasten ziet serveren, maakt mij dat heel blij.

Het was 1999 toen ik er twee lieve zusjes bij kreeg. Wat een feest! Al snel kwam aan het licht dat Iris het Syndroom van Down had. Als jong mannetje van vijf jaar oud heb je daar op dat moment geen enkel benul van. Voor mijn ouders des te meer, die zaten met allemaal vragen: Wat is het Syndroom van Down? Wat voor invloed heeft dit allemaal op ons leven en kan ze ooit op eigen benen staan?

Op een zomeravond speelde ik een voetbalwedstrijd in Vaassen. Wij wonnen deze wedstrijd, net als alle andere wedstrijden dat jaar, maar dat terzijde. In de rust van de wedstrijd zag ik papa niet meer; hij kwam altijd kijken en was mijn vaste supporter. Ik reed met iemand mee terug naar huis en toen ik thuiskwam, kreeg ik te horen dat Iris op was genomen in het ziekenhuis. Later zeiden ze dat Iris leukemie had gekregen. Dit veranderde alles desastreus: van een ‘gewoon’ zusje naar een ernstig ziek zusje.

Wanneer ik de foto’s terugkijk uit die periode, dan realiseer ik me pas hoe fragiel en heftig dit geweest was. Ze werd opgenomen in Groningen, mijn ouders reden elke dag vanuit Zwolle op en neer om bij haar te kunnen zijn. Wij als broer en (twee) zussen kwamen in het weekend op bezoek. Ik kan me nog goed herinneren dat ik het ziekenhuis van Groningen saai vond. Er was weinig te doen naast het tafelvoetballen, waar ik met papa wel duizenden potjes heb gespeeld (allemaal gewonnen, maar dat terzijde).

Op de terugweg gingen we meestal langs de McDonalds. Daar bestelden we altijd een Happy Meal, zodat we de speeltjes die we daarbij kregen allemaal gingen sparen. Deze periode heeft een geweldige impact gehad. Ik ben blij dat papa en mama ons veel vrijheid hebben gegeven om onze eigen dingen te blijven doen en onszelf te kunnen ontwikkelen. Het was logisch dat er op dat moment zoveel tijd naar mijn zieke zusje ging. Chemokuur na chemokuur gingen voorbij. Net als ze weer mooi krullend haar begon te krijgen, moest ze weer weken in het ziekenhuis liggen.

Het had trouwens niet alleen maar nadelen. In deze periode hebben we met het gezin alle pretparken van Nederland wel zo’n beetje bezocht. Zo sliepen we in Villa Pardoes, een huis naast de Efteling voor families met zieke kinderen. Je mocht hierdoor gratis de Efteling in en je mocht via de uitgang naar binnen. Geen urenlange wachtrijen, maar zo vaak mogelijk achter elkaar in een attractie.

Op een gegeven moment begon lieve Iris weer langzaam op te knappen. Ze werd in plaats van mijn zieke zusje weer gewoon een zusje (met het downsyndroom), die net als ieder ander kind naar de basis- en middelbare school ging en bij de Albert Heijn werkte als vakkenvuller. Ik weet nog dat ze weleens kwam kijken bij de voetbal met een rollende sonde voeding. Een rek waardoor je voeding binnenkrijgt via een slangetje in je neus. Ik was inmiddels rond de 10 jaar en had er soms best moeite mee hoe zij zich gedroeg. Zo liep ze geregeld het veld op en ging ze iedereen knuffelen. Heel grappig en leuk nu ik er zo op terugkijk, maar niet op die leeftijd.

 

Een paar jaar later werd Iris weer als helemaal genezen verklaard. Tot ik langzaamaan ouder werd, besefte ik dat het eigenlijk heel mooi is om een zusje te hebben die misschien iets anders is. De pure emoties, zoveel minder schaamte voelen en leven in het moment. Misschien zijn zij wel veel gelukkiger in het leven en zijn wij allemaal misschien wel een beetje gek. Zo hebben wij altijd als familie geprobeerd om haar zo vrij mogelijk te laten.

Soms iets té vrij, want ze heeft ons een paar urenlange zoektochten bezorgd. Bijvoorbeeld bij de marathon van Zwolle waar ze vanaf de Thorbecke-school in haar eentje naar een speelgoedzaak in het centrum was gelopen. Of vorig jaar nog in de Leidsestraat in Amsterdam waar ze was weggegaan, omdat ze boos was. Gelukkig had ze haar telefoon mee en konden we haar zo opsporen. Mensen met het downsyndroom zijn trouwens niet altijd vrolijk en lief hoor. Tip: probeer niet de afstandsbediening of de telefoon van ze af te pakken.

Iris is mijn allergrootste fan, al komt dat waarschijnlijk ook omdat ze altijd mee moest. Vlak voor een wedstrijd zoek ik haar altijd even op. Dan zegt ze: ‘Kom op Bas, je kan het!’ Dat motiveert me nog meer. Als ik een medaille win, is zij ook de eerste die hem om haar nek krijgt gehangen. Of als ik een bosje bloemen krijg, vindt zij het altijd leuk om daarmee te lopen.

Ik ben heel trots op haar en ik denk dat zij ook heel trots op mij is. Het is zo mooi om te zien hoe vrolijk zij in het leven staat. Als ik haar nu bij Brownies & Downies zie werken, met zoveel zelfvertrouwen, dan vind ik het geweldig hoe deze jonge meid zich heeft ontwikkeld. Iris, ik hou van je!

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep

Van Enzo Knol naar ouderwets bloggen

Nee, de nieuwe Enzo Knol ga ik niet worden. Die ambitie heb ik vorig jaar laten varen. Begin vorig jaar ben ik begonnen met het maken van video’s en vlogs op YouTube. Ik dacht altijd dat het niet zo moeilijk zou zijn om er twee per week te maken. Maar ik kwam erachter dat ik mijn editkunsten lichtelijk heb overschat. Het ging meer tijd kosten dan ik dacht, wielrennen gaat natuurlijk wel voor. Dan zit je bijvoorbeeld in Japan en wil je een video uploaden, maar dan is de WiFi niet goed. Dan kan het zomaar vier uur duren voordat ‘ie geupload is. Het kan dan ook voorkomen dat je halverwege eens een keer gaat kijken en dat er dan staat dat het fout is gegaan. Dan blijkt dat het vloggen van Enzo Knol toch wel een hele kunst is.

Ik krijg nog steeds veel berichtjes van mensen die vragen of er nog een keer een filmpje komt. Ze vonden het namelijk wel leuk om te zien. Ik heb een poosje nagedacht wat ik wilde gaan doen en bedacht dat het wel leuk zou zijn om te bloggen in plaats van te vloggen. Vanaf nu probeer ik één keer per week een blog te plaatsen.

Waarom ik blogs wil gaan schrijven? Ik zal het via dit rekensommetje proberen uit te leggen. Elke dag heeft 24 uur. Als ik op trainingskamp ben, zoals nu, slaap ik zo’n 10 uur. 24-10=14. Meestal ontbijten we een half uur. Om 8 uur gaat het ontbijt open en staan we met 100 man in de rij te wachten om eten en drinken te krijgen. Om 10 uur gaat iedereen het hotel uit om te trainen. Gemiddeld trainen we 4,5 uur. Dus 14-5=9.

Een uurtje masseren, een uur uitgebreid dineren met de ploeg en een uur facetimen en appen met familie, vrienden en vriendin die de hele tijd contact met me proberen te zoeken. Ik vergeet bijna het snapchatten nog, alleen houd ik hiervoor geen stopwatch bij. Laten we zeggen een uur. Dan blijft er nog 5 uur over.

Wat verder nog tijd kost, is de chaos van de kamer proberen bij elkaar te zoeken, dus de was in de waszak doen etc. Daarnaast op spotify de nieuwste nummers doorzoeken en als ik een leuk liedje heb gevonden, speel ik hem minstens honderd keer af. Dit kost hooguit een kwartier op een dag. En dan is er nog tijd met de ploeg te besteden, mits ze niet op hun telefoon zitten, maar dat is nogal normaal in het hotel. Wat we dan doen? Laatst deden we de Travel Quiz met vragen als: ‘Wat is de hoofdstad van Colombia en in welke staat ligt de Grand Canyon?’ Het kwam erop neer dat ik toch nog wat opgestoken heb van de topografie-lessen in groep 8! Ik onthoud altijd van dat soort feitjes, al heb je er helemaal niks aan. Maar het is wel handig als je wil winnen!

 

Even terug naar waar we waren gebleven. Je komt hier dus om te fietsen en daarnaast moet ik veel rusten. Maar ik ben niet de persoon die 4 uur lang op bed kan blijven liggen. Die tijd die ik dus overhoud, wil ik graag aan dit soort dingen besteden. Om te laten zien wat ik allemaal meemaak in mijn leven.

Kortom, ik vind het leuk om op deze manier een inkijkje te geven in mijn leven. De meeste mensen hebben namelijk geen flauw idee wat je er daadwerkelijk voor moet doen om prof te worden. Een mooi voorbeeld is Daniel Teklehaimanot tijdens de Tour de France van 2015. Nadat hij de bolletjestrui voor het eerst aan mocht doen, hoorde ik veel mensen zeggen: ‘Dat is hem gegund, want hij is de eerste Afrikaanse wielrenner die in de bolletjestrui fietst.’ Maar die jongen kan ook gewoon heel hard fietsen. Hij is niet voor niets prof geworden. Er werd net gedaan alsof het een matige renner was en dat ze hem die trui maar als cadeautje gaven. Ik vind dat merkwaardig en wil daarom graag laten zien hoe een leven als wielrenner eruit ziet.

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep

AnPost Chainreaction 2017

Anpost 2017

We are at the beginning of a new cycling season. After an awesome roadtrip trough California with an old van and some well spent time with the family it’s time for a new season, with a new team. This year I moved over from the BMC Development team to AnPost Chainreaction. An Irish team with Sean Kelly as founder.

First of all, I’ve had some great years with BMC. It’s one of the best cycling development team of the world. I did races all over the planet, we had awesome dedicated staff & perfect material.

Up’s and downs are the two best words to describe my last season. In the first race of the season I broke my collarbone. It took me while to reach that level again and with Paris-Roubaix U23, my favourite race coming up. On that day, I was able to ride with the best guys over the cobbles. Unluckily the early break stayed away and I finished as 11th. My 3rd top 15 finish, included one podium, on a row. Later the year, I got infected by a bacterie in my elbow. The antibiotics that I received for treating my infection gave me unfortuneatly an allergic reaction. All by all the whole year was too incosistent to be fair.

Anyway, it is how it is and those setbacks also gave some new opportunities in life. After hard work of my managment/agent, we decided that AnPost Chainreaction would be a perfect fit for the next year. I went to a village near Brussel to meet the manager of AnPost. He told me his plans about the program and his new vision as team for 2017, changing to a development team. Especially the combination of riding the best U23 races as Paris Roubaix and next to that the big pro races like Tour of Great Britain seems awesome to me.

Right now, I am on the second camp with An Post. The first one has been already a succes. It’s only one month before racing starts again. I look forward to battle with and against my friends at BMC soon! For the people who are intrested, GP de Marseillaise & Ster de Besseges will problably be my first races in the green kit of AnPost Chainreaction.

Loveyou,
Bas