Van Enzo Knol naar ouderwets bloggen

Nee, de nieuwe Enzo Knol ga ik niet worden. Die ambitie heb ik vorig jaar laten varen. Begin vorig jaar ben ik begonnen met het maken van video’s en vlogs op YouTube. Ik dacht altijd dat het niet zo moeilijk zou zijn om er twee per week te maken. Maar ik kwam erachter dat ik mijn editkunsten lichtelijk heb overschat. Het ging meer tijd kosten dan ik dacht, wielrennen gaat natuurlijk wel voor. Dan zit je bijvoorbeeld in Japan en wil je een video uploaden, maar dan is de WiFi niet goed. Dan kan het zomaar vier uur duren voordat ‘ie geupload is. Het kan dan ook voorkomen dat je halverwege eens een keer gaat kijken en dat er dan staat dat het fout is gegaan. Dan blijkt dat het vloggen van Enzo Knol toch wel een hele kunst is.

Ik krijg nog steeds veel berichtjes van mensen die vragen of er nog een keer een filmpje komt. Ze vonden het namelijk wel leuk om te zien. Ik heb een poosje nagedacht wat ik wilde gaan doen en bedacht dat het wel leuk zou zijn om te bloggen in plaats van te vloggen. Vanaf nu probeer ik één keer per week een blog te plaatsen.

Waarom ik blogs wil gaan schrijven? Ik zal het via dit rekensommetje proberen uit te leggen. Elke dag heeft 24 uur. Als ik op trainingskamp ben, zoals nu, slaap ik zo’n 10 uur. 24-10=14. Meestal ontbijten we een half uur. Om 8 uur gaat het ontbijt open en staan we met 100 man in de rij te wachten om eten en drinken te krijgen. Om 10 uur gaat iedereen het hotel uit om te trainen. Gemiddeld trainen we 4,5 uur. Dus 14-5=9.

Een uurtje masseren, een uur uitgebreid dineren met de ploeg en een uur facetimen en appen met familie, vrienden en vriendin die de hele tijd contact met me proberen te zoeken. Ik vergeet bijna het snapchatten nog, alleen houd ik hiervoor geen stopwatch bij. Laten we zeggen een uur. Dan blijft er nog 5 uur over.

Wat verder nog tijd kost, is de chaos van de kamer proberen bij elkaar te zoeken, dus de was in de waszak doen etc. Daarnaast op spotify de nieuwste nummers doorzoeken en als ik een leuk liedje heb gevonden, speel ik hem minstens honderd keer af. Dit kost hooguit een kwartier op een dag. En dan is er nog tijd met de ploeg te besteden, mits ze niet op hun telefoon zitten, maar dat is nogal normaal in het hotel. Wat we dan doen? Laatst deden we de Travel Quiz met vragen als: ‘Wat is de hoofdstad van Colombia en in welke staat ligt de Grand Canyon?’ Het kwam erop neer dat ik toch nog wat opgestoken heb van de topografie-lessen in groep 8! Ik onthoud altijd van dat soort feitjes, al heb je er helemaal niks aan. Maar het is wel handig als je wil winnen!

 

Even terug naar waar we waren gebleven. Je komt hier dus om te fietsen en daarnaast moet ik veel rusten. Maar ik ben niet de persoon die 4 uur lang op bed kan blijven liggen. Die tijd die ik dus overhoud, wil ik graag aan dit soort dingen besteden. Om te laten zien wat ik allemaal meemaak in mijn leven.

Kortom, ik vind het leuk om op deze manier een inkijkje te geven in mijn leven. De meeste mensen hebben namelijk geen flauw idee wat je er daadwerkelijk voor moet doen om prof te worden. Een mooi voorbeeld is Daniel Teklehaimanot tijdens de Tour de France van 2015. Nadat hij de bolletjestrui voor het eerst aan mocht doen, hoorde ik veel mensen zeggen: ‘Dat is hem gegund, want hij is de eerste Afrikaanse wielrenner die in de bolletjestrui fietst.’ Maar die jongen kan ook gewoon heel hard fietsen. Hij is niet voor niets prof geworden. Er werd net gedaan alsof het een matige renner was en dat ze hem die trui maar als cadeautje gaven. Ik vind dat merkwaardig en wil daarom graag laten zien hoe een leven als wielrenner eruit ziet.

Deze blog is gemaakt in samenwerking met Rijcko Treep